Terug
Gepubliceerd op 27/12/2019

2019_GR_00335 - Belasting op brandstofverdelingsapparaten (2020-2025) - Beslissing

gemeenteraad
do 19/12/2019 - 20:30 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Siebe Ruykens, Luc Deconinck, Bart Keymolen, Jan Desmeth, Gunther Coppens, An Speeckaert, Herwig Smeets, Paul Defranc, Marleen De Kegel, Jean Cornand, Annie Mathieu, Kathleen D'Herde, Georgios Karamanis, Lydie De Smet, Eddy Longeval, Michel Miedzinski, Guy Jonville, Nicole Billens, Gust Crabbe, Raimondo Palermo, Godefroid Pirsoul, Ann De Ridder, Brahim Harfaoui, Olivier Huygens, Natacha Martel, Veerle Seré, Jeroen Tiebout, Betty Willems, Jeroen Steeman, Walter Vastiau

Afwezig

Aurore Vanden Meersche

Verontschuldigd

Wim Peeters

Secretaris

Walter Vastiau

Voorzitter

Siebe Ruykens

Stemming op het agendapunt

2019_GR_00335 - Belasting op brandstofverdelingsapparaten (2020-2025) - Beslissing
Goedgekeurd

Aanwezig

Siebe Ruykens, Luc Deconinck, Bart Keymolen, Jan Desmeth, Gunther Coppens, An Speeckaert, Herwig Smeets, Paul Defranc, Marleen De Kegel, Jean Cornand, Annie Mathieu, Kathleen D'Herde, Georgios Karamanis, Lydie De Smet, Eddy Longeval, Michel Miedzinski, Guy Jonville, Nicole Billens, Gust Crabbe, Raimondo Palermo, Godefroid Pirsoul, Ann De Ridder, Brahim Harfaoui, Olivier Huygens, Natacha Martel, Veerle Seré, Jeroen Tiebout, Betty Willems, Jeroen Steeman, Walter Vastiau
Stemmen voor 28
Gunther Coppens, Godefroid Pirsoul, Bart Keymolen, Gust Crabbe, Paul Defranc, Nicole Billens, Jean Cornand, Kathleen D'Herde, Jan Desmeth, Georgios Karamanis, Michel Miedzinski, Veerle Seré, Jeroen Steeman, Luc Deconinck, Marleen De Kegel, Ann De Ridder, Annie Mathieu, Lydie De Smet, Brahim Harfaoui, Olivier Huygens, Guy Jonville, Natacha Martel, Raimondo Palermo, Herwig Smeets, Jeroen Tiebout, An Speeckaert, Betty Willems, Siebe Ruykens
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 1
Eddy Longeval
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2019_GR_00335 - Belasting op brandstofverdelingsapparaten (2020-2025) - Beslissing 2019_GR_00335 - Belasting op brandstofverdelingsapparaten (2020-2025) - Beslissing

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0004

Aanleiding en motivering

Deze belasting wordt historisch ingekohierd op basis van een aangifteformulier. Uit vele reacties van belastingplichtigen blijkt dat zij de aangifte overbodig en lastig vinden gezien de gegevens waarop belast wordt niet snel veranderen. Het is ook de wil uit het bestuursakkoord om de fiscaliteit te vereenvoudigen. Het sjabloon van belastingreglement van het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) geeft de mogelijkheid om volgende bepaling in te voeren “De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en indien de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.” Deze bepaling is tot op heden niet in onze reglementen opgenomen maar willen we nu wel invoeren. 

Het dossier werd besproken op de commissie bestuurlijke en administratieve organisatie van 12 december 2019. 

Juridische gronden

Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, en alle latere wijzigingen.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit

De financiële toestand van de gemeente.

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur
Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Er wordt voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 een jaarlijkse belasting geheven op de olie-, benzine- of andere brandstofverdelingsapparaten, welke op het grondgebied van de gemeente langs de openbare weg, al dan niet op privéterrein zijn opgesteld, en gebruikt worden tot bevoorrading van aanrijdende motorvoertuigen.

Artikel 2

De belasting wordt vastgesteld per brandstofslang. Met brandstofslang wordt de leiding bedoeld waarmee de brandstof uit het verdelingsapparaat naar het voertuig geleid wordt. Voor een apparaat met meerdere brandstofslangen is de belasting per brandstofslang verschuldigd.

De belasting is vastgesteld op € 125,00 per jaar en per brandstofslang.

De belasting is ondeelbaar en voor het ganse jaar verschuldigd, ongeacht de datum van plaatsing of eventuele verwijdering van de brandstoftoestellen.

Artikel 3

De belasting is niet verschuldigd:

a) voor de toestellen die niet voor publieke bevoorrading gebruikt worden.

b) voor de toestellen die zich in een privé-eigendom, bv. in een garage of dergelijke inrichting bevinden en voor zover die niet zichtbaar zijn van buitenuit en niet voor de bevoorrading van aanrijdende voertuigen worden aangewend. Bedoeld privé-eigendom mag geen enkele aanduiding naar buiten dragen, die wijst op de verkoop van brandstof.

c) voor de  brandstofslangen die milieuvriendelijke alternatieve brandstoffen aanbieden, zoals Ad Blue pompen, LNG, CNG en H2 (waterstof) en elektrische laadpalen.

Artikel 4

De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het brandstofverdelingsapparaat. 

Artikel 5

De belastingplichtige is ertoe gehouden jaarlijks het aangifteformulier in te dienen bij het gemeentebestuur uiterlijk op de vervaldatum vermeld op het aangifteformulier. Dit formulier wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.

De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en indien de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.
 
Voor nieuwe toestellen geplaatst in de loop van het jaar moet de belastingplichtige aangifte doen binnen de veertien dagen na de ingebruikstelling.

De aangifte blijft gelden tot zolang het gemeentebestuur in kennis gesteld wordt van de buitengebruikstelling.

Artikel 6

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. 

Artikel 7

Bij gebrek van een aangifte binnen de gestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige van ambtswege belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar of beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar.  Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te betrokkenen.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting.

Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.

Artikel 8

Huidig reglement heft alle vorige reglementen betreffende hetzelfde onderwerp op.