Een scholengemeenschap moet zowel kleuter- als lager onderwijs bevatten. Ze kan opgericht worden van zodra er 2 scholen voor kiezen om samen te werken. De scholengemeenschap moet in haar geheel op de eerste schooldag van februari 2020 minstens 900 gewogen leerlingen tellen. Ze mag zich ook hoogstens over vijf aangrenzende onderwijszones uitstrekken.
Omdat het leerlingenaantal fel gestegen is, kunnen de Leeuwse gemeentelijke basisscholen een eigen scholengemeenschap oprichten. In de huidige scholengemeenschap hebben de Leeuwse gemeentescholen 53 stimuluspunten; mochten de scholen in een aparte scholengemeenschap zitten, zouden ze 66 stimuluspunten hebben. Die extra stimuluspunten bieden verschillende mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld het aanstellen van een halftijds directiecoördinator, of een eigen ICT-coördinator.
Bovendien bestaat de huidige scholengemeenschap enkel in naam: de werking van de scholen van Sint-Pieters-Leeuw en de scholen van Dilbeek is volledig gescheiden. De samenwerking werd de vorige maanden geëvalueerd en beide partijen zijn akkoord om de huidige scholengemeenschap en samenwerking niet verder te zetten.
Het dossier werd gunstig geadviseerd door het college op 17 februari 2020 en voorgelegd aan het afzonderlijk bijzonder overleg- en onderhandelingscomité onderwijs (ABOC) op 24 april 2020.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het voorstel van de organisatie van een nieuwe scholengemeenschap van de gemeentescholen van Sint-Pieters-Leeuw onder 1 schoolbestuur voor de schooljaren 2020-2021 tot 2025-2026 goed te keuren.
wetgeving basisonderwijs
omzendbrief BAO/2005/11 Scholengemeenschappen basisonderwijs
het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de artikelen 125bis tot en met 125quaterdecies, zoals gewijzigd door het decreet van 5 april 2019 betreffende het onderwijs XXIX;
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad keurt de stopzetting van scholengemeenschap De Spil met ingang van 31 augustus 2020 goed.
De gemeenteraad keurt de oprichting van een scholengemeenschap van de gemeentelijke basisscholen van Sint-Pieters-Leeuw onder 1 schoolbestuur met ingang van 1 september 2020 goed.
De gemeenteraad keurt de organisatie en werking van deze scholengemeenschap als volgt goed:
Onderwerp, benaming, duur, aanvang en opzeg
Sint-Pieters-Leeuw richt een scholengemeenschap basisonderwijs op onder 1 schoolbestuur voor 6 schooljaren vanaf 1 september 2020 tot 31 augustus 2026.
De samenwerkende scholen dragen de volgende benamingen:
- Gemeentelijke Basisschool Wegwijzer: Schoolstraat 14, 1601 Ruisbroek, instellingsnummer: 4804
- Gemeentelijke Basisschool ’t Populiertje: J. Vanderstraetenstraat 91, 1600 Sint-Pieters-Leeuw: instellingsnummer 125492
- Gemeentelijke Basisschool Den Top / Puur Natuur: Garebaan 5, 1600 Sint-Pieters-Leeuw: instellingsnummer 4762
Deze overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van zes schooljaren en gaat in op 1 september 2020 en eindigt op 31 augustus 2026.
Tijdens de voormelde periode kan de beslissing of overeenkomst inzake de vorming van een scholengemeenschap evenwel worden gewijzigd, zodat een school alsnog tot de scholengemeenschap kan toetreden of uit de scholengemeenschap kan stappen volgens de geldende modaliteiten.
Een school kan uit de scholengemeenschap stappen in één van de volgende gevallen.
- indien de scholengemeenschap minder dan negenhonderd gewogen regelmatige leerlingen telt op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
- indien de school overgenomen wordt door een schoolbestuur, van een andere groep op voorwaarde dat alle schoolbesturen die behoren tot de scholengemeenschap ermee instemmen dat de school uit de scholengemeenschap stapt.
Organisatie en werking
Op de directievergadering van de gemeentescholen worden de agendapunten in zake scholengemeenschap geagendeerd.
Alle afspraken worden genomen bij consensus.
De afspraken worden gemaakt met inachtneming van de bevoegdheden van de individuele schoolraden.
Van elke vergadering wordt een verslag opgemaakt. Dit wordt ter kennis overgemaakt aan het gemeentebestuur en de betrokken directeurs.
Bevoegdheden
De scholengemeenschap maakt minimaal afspraken over:
- de aanwending van de puntenenveloppe toegekend aan de scholengemeenschap;
- de aanwending van de puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid toegekend aan de scholengemeenschap;
- het zorgbeleid in de scholen van de scholengemeenschap;
- de aanduiding van een personeelslid aangesteld in het ambt van zorgcoördinator als aanspreekpunt, voor de overheid, voor de kleuterparticipatie binnen de scholengemeenschap;
- over de aanwending van de punten beleids- en ondersteunend personeel die op het niveau van de scholengemeenschap kunnen worden samengelegd;
- de wijze waarop de school voor buitengewoon basisonderwijs haar deskundigheid ter beschikking stelt;
- het sluiten van een samenwerkingsakkoord met één of meer scholen voor gewoon en/of buitengewoon basisonderwijs die niet tot de scholengemeenschap behoren; met een scholengemeenschap basisonderwijs of secundair onderwijs; met één of meer instellingen voor secundair onderwijs, deeltijds kunstonderwijs en/of volwassenenonderwijs. Deze bepaling geldt niet voor samenwerkingsovereenkomsten die afgesloten zijn vooraleer de scholengemeenschap gevormd is;
- het opnemen van bijkomende scholen in de scholengemeenschap;
- algemene afspraken inzake functiebeschrijvingen en evaluaties;
- algemene afspraken over de interne afstemming van het personeelsbeleid binnen de scholengemeenschappen over de aanvangsbegeleiding van personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn voor bepaalde duur.
Indien nodig worden afspraken ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad. De scholengemeenschap maakt indien nodig afspraken rond de verdeling van bijkomende financiële middelen.
Personeel
Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt geaffecteerd aan een school kan:
1. een personeelslid van het bestuurspersoneel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap;
2. een personeelslid van het onderwijzend personeel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor andere scholen van de scholengemeenschap;
3. een personeelslid van het beleids- en ondersteunend personeel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling voor de totaliteit van de scholengemeenschap;
4. in afwijking van 1 en 2 kan een personeelslid dat wordt aangesteld in een functie of een betrekking die wordt ingericht ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap met de stimulusmiddelen of de samengelegde punten ICT of administratie (directeur-coördinator SG, stafmedewerker SG), worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap.
Bij de toepassing van 3 en 4 moeten minstens volgende principes worden gehanteerd:
1. het personeelslid wordt steeds aangesteld of geaffecteerd aan de school waar de betrekking reglementair wordt ingericht;
2. de afstand over de openbare weg tussen de school van aanstelling of affectatie en de school waar het personeelslid wordt ingezet mag nooit meer dan 25 km bedragen. Dit geldt niet als het personeelslid instemt om over een grotere afstand ingezet te worden;
3. er moet steeds rekening worden gehouden met de statutaire toestand van het personeelslid;
De bepalingen inzake inzetbaarheid opgenomen zoals bedoeld in paragraaf 1 en paragraaf 2 worden opgenomen in het besluit waarin de aanstelling wordt vastgesteld, evenals in de functiebeschrijving.
Meer specifieke regels en afspraken kunnen intern worden vastgelegd in elke school.