De wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van o.a. gemeentepersoneel.
De rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 11 december 2008, en alle latere wijzigingen.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en alle latere wijzigingen.
De gemeenteraadsbeslissing van 27 april 2017 houdende de vaststelling van het organogram, en alle latere wijzigingen.
De gemeenteraadsbeslissing van 24 oktober 2019 houdende de vaststelling van het personeelsplan, en alle latere wijzigingen.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad schrapt artikel 215 paragraaf 2 van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel:
"Er wordt geen verstoringstoelage vermeld in artikel 159 en permanentietoelage vermeld in artikel 165 van het besluit rechtspositieregeling toegekend."
De gemeenteraad voert artikel 216 bis als volgt toe aan de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel:
Paragraaf 1
Dit artikel is niet van toepassing op:
Paragraaf 2
Het personeelslid dat onvoorzien buiten zijn arbeidstijdregeling of permanentieplicht opgeroepen wordt voor een dringend werk ontvangt, per oproep, een verstoringstoelage. De verstoringstoelage bedraagt twee keer het uurloon.
Paragraaf 3
Als berekeningsbasis voor het uurloon geldt het bruto-uursalaris, eventueel verhoogd met de haard- of standplaatstoelage, de toelage voor het waarnemen van een hogere functie, de gegarandeerde salarisverhoging na bevordering of de toelage voor opdrachthouderschap.
Paragraaf 4
De verstoringstoelage kan gecumuleerd worden met de toeslag voor overuren en de toeslag voor onregelmatige prestaties.
De gemeenteraad voert onder hoofdstuk IV 'De andere toelagen' van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel een afdeling 1 bis 'De permanentietoelage' als volgt toe:
Art. 217 bis.
Personeelsleden die door het hoofd van het personeel worden aangewezen om zich buiten de normale diensturen thuis beschikbaar te houden voor interventies, hebben recht op een permanentietoelage.
De decretale graden komen niet in aanmerking voor een permanentietoelage.
Art. 217 ter
De permanentietoelage bedraagt € 2,01 tegen 100% voor elk uur dat werkelijk aan de permanentie wordt besteed. Dat bedrag is gekoppeld aan de gezondheidsindex.
Art. 217 quater
Als het personeelslid tijdens de permanentie effectief wordt opgeroepen en aan het werk gaat krijgt hij voor deze activiteitsuren geen permanentietoelage maar wel de voorziene inhaalrust voor overuren, desgevallend gecumuleerd met zaterdag-, zondag- en nachtprestaties.