Terug
Gepubliceerd op 08/05/2020

2020_RMW_00020 - Wijziging rechtspositieregeling - Beslissing

raad voor maatschappelijk welzijn
do 30/04/2020 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Siebe Ruykens, Luc Deconinck, Bart Keymolen, Jan Desmeth, Gunther Coppens, An Speeckaert, Herwig Smeets, Paul Defranc, Marleen De Kegel, Jean Cornand, Kathleen D'Herde, Wim Peeters, Georgios Karamanis, Lydie De Smet, Eddy Longeval, Michel Miedzinski, Guy Jonville, Nicole Billens, Gust Crabbe, Raimondo Palermo, Godefroid Pirsoul, Ann De Ridder, Brahim Harfaoui, Olivier Huygens, Natacha Martel, Veerle Seré, Jeroen Tiebout, Betty Willems, Jeroen Steeman, Walter Vastiau

Afwezig

Aurore Vanden Meersche

Verontschuldigd

Annie Mathieu

Secretaris

Walter Vastiau

Voorzitter

Siebe Ruykens
2020_RMW_00020 - Wijziging rechtspositieregeling - Beslissing 2020_RMW_00020 - Wijziging rechtspositieregeling - Beslissing

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0058

Aanleiding en motivering

Met het oog op het verhogen van de kwaliteit van de zorg, in het bijzonder door het verbeteren van de samenwerking tussen de verschillende disciplines binnen het woonzorgcentrum (verpleging, verzorging, logistiek, kine, ergo en animatie), werd de functie van woonzorgcoördinator voorzien in het personeelsplan. De woonzorgcoördinator stuurt als leidinggevende het animatie-, kine- en ergo team aan, met het oog op een kwaliteitsvol woon- en leefklimaat voor de bewoners en een aangenaam werkklimaat voor de medewerkers.
De bevorderingsvoorwaarden voor de functie van woonzorgcoördinator (BV5) moet in de rechtspositieregeling ingeschreven worden.
 
De raad voor maatschappelijk welzijn kan bepalen dat een personeelslid dat onvoorzien buiten zijn arbeidstijdregeling opgeroepen wordt voor een dringend werk, per oproep een verstoringstoelage ontvangt.
Decretale graden en personeelsleden die onder het toepassingsgebied van de Arbeidswet van 16 maart 1971 vallen, zijn hier sowieso van uitgesloten door artikel 141 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de rechtspositieregeling.

De raad voor maatschappelijk welzijn kan ook een permanentietoelage instellen voor het personeelslid dat door het hoofd van het personeel wordt aangewezen om zich buiten de normale diensturen thuis beschikbaar te houden voor interventies.
 
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn van heden wordt een beperkte aanpassing van de rechtspositieregeling, namelijk de toevoeging van de bevorderingsvoorwaarden voor de functie van woonzorgcoördinator (BV5) en de invoering van de verstoringstoelage en de permanentietoelage, ter goedkeuring voorgelegd.
 
Het dossier m.b.t. de bevorderingsvoorwaarden voor de functie van woonzorgcoördinator (BV5) werd gunstig geadviseerd door het vast bureau op 17 februari 2020. Het dossier m.b.t. de invoering van de verstoringstoelage en de permanentietoelage werd gunstig geadviseerd door het vast bureau op 2 maart 2020. Beide dossiers werden gezamenlijk voorgelegd aan het Bijzonder Onderhandelings- en Overlegcomité op 24 april 2020.
 
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd het voorstel van wijziging van de rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel goed te keuren.

Juridische gronden

De wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van o.a. gemeentepersoneel.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

De rechtspositieregeling voor bepaalde personeelsgroepen van het OCMW, vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 juni 2011, en alle latere wijzigingen.

Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en alle latere wijzigingen.

De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 19 april 2018 houdende de vaststelling van het organogram, en alle latere wijzigingen.

De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 24 oktober 2019 houdende de vaststelling van het personeelsplan, en alle latere wijzigingen.

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 77-78 van het decreet lokaal bestuur
De raad voor maatschappelijk welzijn is bevoegd op basis van artikel 77-78 van het decreet lokaal bestuur

Besluit

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt eenparig het volgende besluit goed.

De raad voor maatschappelijk welzijn beslist:

Artikel 1

De raad voor maatschappelijk welzijn voegt in artikel 125 van de rechtspositieregeling van het OCMW-personeel de bevorderingsvoorwaarden voor de functie van woonzorgcoördinator als volgt toe:

"voor een graad van rang Bx (woonzorgcoördinator) (BV5):

a. ten minste vier jaar graadanciënniteit in de graad BV1-BV3 en/of C3-C4;

b. voldoen aan de diplomavoorwaarden: bachelor of gegradueerd verpleegkundige; graduaat, bachelor, licentiaat of master: kinesitherapie, logopedie, orthopedagogie; graduaat of bachelor: ergotherapie, arbeidstherapie, readaptatiewetenschappen, dieetleer, psychologisch assistent, sociaal werk of in de sociale gezondheidszorg of maatschappelijk verpleegkundige, gezinswetenschappen, opvoeder; graduaat, bachelor, post-graduaat of master in de psychomotoriek; licentiaat of master in de psychologie of gerontologie.

c. een gunstig evaluatieresultaat gekregen hebben voor de laatste periodieke evaluatie;

d. slagen voor de selectieprocedure."

Artikel 2

De raad voor maatschappelijk welzijn schrapt artikel 215 paragraaf 2 van de rechtspositieregeling van het OCMW-personeel:

"Er wordt geen verstoringstoelage vermeld in artikel 159 en permanentietoelage vermeld in artikel 165 van het besluit rechtspositieregeling toegekend."

Artikel 3

De raad voor maatschappelijk welzijn voert artikel 216 bis als volgt toe aan de rechtspositieregeling van het OCMW-personeel:

Paragraaf 1

Dit artikel is niet van toepassing op:

  • de decretale graden
  • de personeelsleden die onder het toepassingsgebied van de Arbeidswet van 16 maart 1971 vallen.

Paragraaf 2

Het personeelslid dat onvoorzien buiten zijn arbeidstijdregeling of permanentieplicht opgeroepen wordt voor een dringend werk ontvangt, per oproep, een verstoringstoelage. De verstoringstoelage bedraagt twee keer het uurloon.

Paragraaf 3

Als berekeningsbasis voor het uurloon geldt het bruto-uursalaris, eventueel verhoogd met de haard- of standplaatstoelage, de toelage voor het waarnemen van een hogere functie, de gegarandeerde salarisverhoging na bevordering of de toelage voor opdrachthouderschap.

Paragraaf 4

De verstoringstoelage kan gecumuleerd worden met de toeslag voor overuren en de toeslag voor onregelmatige prestaties.

Artikel 4

De raad voor maatschappelijk welzijn voert onder hoofdstuk IV 'De andere toelagen' van de rechtspositieregeling van het OCMW-personeel een afdeling 1 bis 'De permanentietoelage' als volgt toe:

Art. 217 bis.

Personeelsleden die door het hoofd van het personeel worden aangewezen om zich buiten de normale diensturen thuis beschikbaar te houden voor interventies, hebben recht op een permanentietoelage.

De decretale graden komen niet in aanmerking voor een permanentietoelage.

Art. 217 ter

De permanentietoelage bedraagt € 2,01 tegen 100 % voor elk uur dat werkelijk aan de permanentie wordt besteed. Dat bedrag is gekoppeld aan de gezondheidsindex.

Art. 217 quater

Als het personeelslid tijdens de permanentie effectief wordt opgeroepen en aan het werk gaat krijgt hij voor deze activiteitsuren geen permanentietoelage maar wel de voorziene inhaalrust voor overuren, desgevallend gecumuleerd met zaterdag-, zondag- en nachtprestaties.