Terug
Gepubliceerd op 30/09/2020

2020_RMW_00029 - Wijziging rechtspositieregeling: implementatie sectoraal akkoord 2020 - Beslissing

raad voor maatschappelijk welzijn
do 24/09/2020 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Siebe Ruykens, Luc Deconinck, Bart Keymolen, Jan Desmeth, Gunther Coppens, An Speeckaert, Herwig Smeets, Paul Defranc, Marleen De Kegel, Jean Cornand, Annie Mathieu, Kathleen D'Herde, Wim Peeters, Lydie De Smet, Eddy Longeval, Michel Miedzinski, Guy Jonville, Nicole Billens, Gust Crabbe, Raimondo Palermo, Godefroid Pirsoul, Ann De Ridder, Brahim Harfaoui, Olivier Huygens, Natacha Martel, Veerle Seré, Jeroen Tiebout, Betty Willems, Jeroen Steeman, Walter Vastiau

Afwezig

Georgios Karamanis, Aurore Vanden Meersche

Secretaris

Walter Vastiau

Voorzitter

Siebe Ruykens
2020_RMW_00029 - Wijziging rechtspositieregeling: implementatie sectoraal akkoord 2020 - Beslissing 2020_RMW_00029 - Wijziging rechtspositieregeling: implementatie sectoraal akkoord 2020 - Beslissing

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0058

Aanleiding en motivering

De raad bepaalt welke sociale voordelen de personeelsleden krijgen. 

Om het sectoraal akkoord (afgesloten 8 april 2020) uit te voeren, moeten de personeelsleden vanaf 2020 een koopkrachtverhoging van minimum 200 euro krijgen. Het voorstel is om in 2020 200 euro aan ecocheques toe te kennen en vanaf 2021 250 euro.

Een ander voorstel is om de bedragen van de pensioenpremie op te trekken. In de huidige regeling, ingevoerd in 2011, kom je na 8 jaar aan het maximumbedrag (280 euro). Indien we overstappen naar het fiscaal maximum (1.000 euro) is dit 25 jaar. Voor personeelsleden die een lange carrière hebben gehad bij ons bestuur is de beloning groter voor hun vele jaren dienst. Wie bijvoorbeeld 30 jaar dienst heeft, krijgt in de huidige regeling 9 euro 33 cent per dienstjaar, in de nieuwe regeling wordt dit 33 euro 33 cent per dienstjaar.

De raad voor maatschappelijk welzijn voerde in 2010 de tweede pensioenpijler voor de contractanten in. Op 19 december 2019 werd deze bijdrage gewijzigd van 1 % naar 3 %. Er werd nadien geconstateerd dat hierover oorspronkelijk niets werd opgenomen in de rechtspositieregeling.

Aan de raad voor maatschappelijk welzijn van heden wordt een beperkte aanpassing van de rechtspositieregeling, in hoofdstuk VI de sociale voordelen, als volgt ter goedkeuring voorgelegd.

  • toevoeging afdeling ecocheques
  • toevoeging afdeling tweede pensioenpijler
  • wijziging pensioenpremie.

Het dossier werd gunstig geadviseerd door het vast bureau op 24 augustus 2020, voorgelegd aan het Bijzonder Onderhandelings- en Overlegcomité op 11 september 2020 en de commissie BAO van 17 september 2020.

Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd het voorstel van wijziging van de rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel goed te keuren.

Juridische gronden

De wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van o.a. gemeentepersoneel.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

De rechtspositieregeling voor bepaalde personeelsgroepen van het OCMW, vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 juni 2011, en alle latere wijzigingen.

Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en alle latere wijzigingen.

De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 19 april 2018 houdende de vaststelling van het organogram, en alle latere wijzigingen.

De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 24 oktober 2019 houdende de vaststelling van het personeelsplan, en alle latere wijzigingen.

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 77-78 van het decreet lokaal bestuur
De raad voor maatschappelijk welzijn is bevoegd op basis van artikel 77-78 van het decreet lokaal bestuur

Besluit

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt eenparig het volgende besluit goed.
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist:

Artikel 1

De raad voor maatschappelijk welzijn voert onder hoofdstuk VI 'De sociale voordelen' van de rechtspositieregeling van het OCMW-personeel een afdeling 7 'Ecocheques' als volgt toe: 

Artikel 235 bis

Paragraaf 1       

Er worden ecocheques toegekend voor de referentieperiode 1 oktober tot en met 30 september. De eerste referentieperiode start op 1 oktober 2019 met een maximumbedrag van 200 euro. Vanaf 1 oktober 2020 bedraagt het maximumbedrag 250 euro.

Paragraaf 2        

Elke periode met recht op salaris geeft recht op ecocheques à rato van de tewerkstellingsbreuk. Bij wijziging in de tewerkstellingsbreuk tijdens de referentieperiode wordt op het einde van de referentieperiode een gewogen gemiddelde genomen om de tewerkstellingsbreuk binnen de referentieperiode te bepalen.

Het maximumbedrag wordt berekend op basis van volgende schijven:

Tewerkstellingsbreuk

Maximumbedrag (dd. 1 oktober 2019)

Maximumbedrag (dd. 1 oktober 2020)

Voltijds

200 euro

250 euro

4/5de  tewerkstelling (vanaf 30,4/38)

160 euro

200 euro

3/5de tewerkstelling (vanaf 22,8/38 tot 30,4/38)

120 euro

150 euro

1/2de tewerkstelling (vanaf 19/38 tot 22,8/38)

100 euro

125 euro

Minder dan 1/2de tewerkstelling

80 euro

100 euro

 

Effectieve arbeidsprestaties moeten blijken uit het tijdsregistratiesysteem.

Volgende afwezigheden zonder salaris worden gelijkgesteld:

  • Jeugdvakantie
  • Seniorvakantie
  • Europese vakantie
  • Bevallingsrust
  • Geboorteverlof

De hierna vermelde categorieën van personeelsleden hebben geen recht op ecocheques:

  • aangesteld met een studentencontract;
  • aangesteld met een arbeidsovereenkomst in het kader van de sociaal-culturele sector.

Paragraaf 3    

Op de jaarlijkse individuele rekening van het personeelslid wordt vermeld: het aantal toegekende ecocheques. De ecocheques worden éénmaal per jaar uitgereikt op het einde van de maand oktober. Indien een personeelslid vroeger uit dienst gaat, worden deze pro rata het aantal dagen in dienst verrekend in de referentieperiode en toegekend op de datum van uitdiensttreding.

Paragraaf 4    

De geldigheidsduur van de ecocheques in elektronische vorm bedraagt 24 maanden. De waarde van één ecocheque is gelijk aan 5 euro. Indien de berekening een decimaal getal oplevert, wordt het afgerond naar de hogere eenheid. 

Artikel 2

De raad voor maatschappelijk welzijn voert onder hoofdstuk VI 'De sociale voordelen' van de rechtspositieregeling van het OCMW-personeel een afdeling 8 'Tweede pensioenpijler' als volgt toe:

Artikel 235 ter  

De bijdrage voor de tweede pensioenpijler wordt voor het contractueel personeel vastgesteld op 3 % van het pensioengevend jaarloon vanaf 1 januari 2020.

Artikel 3

De raad voor maatschappelijk welzijn wijzigt onder hoofdstuk VI 'De sociale voordelen' van de rechtspositieregeling van het OCMW-personeel een afdeling 6 'Pensioenpremie' als volgt: 

Artikel 235

Paragraaf 2    

Deze premie bedraagt  40 euro per volledig dienstjaar tewerkstelling bij het bestuur, met een minimale waarde van 120 euro en een maximale waarde van 1 000 euro.