Terug
Gepubliceerd op 05/05/2022

2022_GR_00074 - Bevorderingsambt directeur deeltijds kunstonderwijs - Vaststellen van het algemene kader voor werving en selectie - Beslissing

gemeenteraad
do 28/04/2022 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Siebe Ruykens; Bart Keymolen; Jan Desmeth; Gunther Coppens; An Speeckaert; Herwig Smeets; Marleen De Kegel; Jean Cornand; Kathleen D'Herde; Wim Peeters; Georgios Karamanis; Lydie De Smet; Eddy Longeval; Michel Miedzinski; Guy Jonville; Nicole Billens; Gust Crabbe; Raimondo Palermo; Godefroid Pirsoul; Ann De Ridder; Brahim Harfaoui; Olivier Huygens; Veerle SerĂ©; Jeroen Tiebout; Betty Willems; Jeroen Steeman; Kim Paesmans; Lucien Wauters; Daniel De Maeght; Walter Vastiau

Afwezig

Annie Mathieu

Verontschuldigd

Natacha Martel

Secretaris

Walter Vastiau

Voorzitter

Siebe Ruykens
2022_GR_00074 - Bevorderingsambt directeur deeltijds kunstonderwijs - Vaststellen van het algemene kader voor werving en selectie - Beslissing 2022_GR_00074 - Bevorderingsambt directeur deeltijds kunstonderwijs - Vaststellen van het algemene kader voor werving en selectie - Beslissing

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0001

Aanleiding en motivering

Per 1 december 2022 gaat de directeur van de Leeuwse Kunstacademie met pensioen.

Aangezien er geen wervingsreserve meer bestaat waaruit kan worden geput om dit ambt in te vullen, is het aangewezen een wervingprocedure te organiseren.

De gemeenteraad bepaalt als wetgevend orgaan het algemeen kader voor werving en selectie van het ambt van directeur voor het deeltijds kunstonderwijs. Het college van burgemeester en schepenen is als aanstellende overheid bevoegd om de concrete, individuele selectieprocedure vast te stellen. 

De laatste keer dat een wervings- en selectieprocedure doorlopen werd voor het ambt van directeur in het deeltijds kunstonderwijs is geleden van het jaar 2000. De beslissing van 16 november 2000 met het kader voor werving en selectie wordt opgeheven en er wordt een nieuw kader vastgesteld.

Het dossier werd voorgelegd aan het Afzonderlijk Bijzonder Overleg- en Onderhandelingscomité Onderwijs.

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om voor het bevorderingsambt van directeur van de Leeuwse Kunstacademie gelet op het kaderprofiel, de algemene regels van de selectieprocedure en de wervingsreserve, de aanstelling op proef, het verloop van de proefperiode en de wijze van evaluatie met het oog op vaste benoeming vast te stellen.

Juridische gronden

Het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding , de artikelen 19, 37bis, 40, 41 en 42.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs, afdeling 3 - omkadering bestuurspersoneel.

Regelgeving bevoegdheid

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, latere wijzigingen en uitvoeringsbesluiten

Besluit

De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Het kader voor werving van een directeur deeltijds kunstonderwijs, vastgesteld door de gemeenteraad van 16 november 2000, wordt opgeheven.

Artikel 2

Het ambt van directeur deeltijds kunstonderwijs kan bij wijze van aanwerving of bevordering worden begeven. Het college van burgemeester en schepenen neemt hierover een beslissing.

Artikel 3

Uiterlijk bij de vacantverklaring van het ambt van directeur neemt het college van burgemeester en schepenen een beslissing over het al dan niet opsplitsen van het ambt van directeur en over de opsplitsingsbreuk.

Artikel 4

Het kaderprofiel schoolleiderschap is uitgewerkt door OVSG (Onderwijsdienst voor steden en gemeenten) en steunt op het referentiekader voor leidinggeven in scholen, centra en academies. Het profiel bevat kernopdrachten en -competenties van schoolleiderschap, kennis op het vlak van onderwijs, intrapersoonlijke, interpersoonlijke en oplossingsgerichte competenties en competenties i.v.m. denken.

Artikel 5

De minimale termijn tussen de datum van bekendmaking van de vacature en de uiterste datum van de indiening van de kandidaturen is twee weken.

Artikel 6

Het verspreiden van het vacaturebericht volgt de op dat moment geldende afspraken van de vacatureberichten voor het lokaal bestuur van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw. 

Volgende zaken worden minimaal opgenomen in het vacaturebericht:

  •  de vacante betrekking( ambt, onderwijsniveau, eventuele prestatiebreuk);
  • de aanwervings-bevorderingsvoorwaarden;
  • het profiel van de directeur;
  • de door de kandidaten te vervullen formaliteiten: de wijze van kandideren, de uiterlijke termijn om te kandideren en de bij te voegen documenten;
  • de keuze van een vergelijkende of niet-vergelijkende selectieproef en de globale onderdelen ervan;
  • desgevallend de aanleg van een wervingsreserve en de geldigheidsduur ervan;
  • de algemene functiebeschrijving voor directeur.

Artikel 7

De selectieproef bestaat uit een schriftelijke, mondelinge en psychotechnische proef.

Artikel 8

De schriftelijke en mondelinge proef worden uitgevoerd door een jury die bestaat uit drie deskundigen, bij voorkeur uit een verschillend geslacht.

De deskundigen worden nominatief uit de hierna vermelde categorieën door het college van burgemeester en schepenen aangesteld:
- als externen: directeurs van gelijkaardige academies, vertegenwoordigers van het OVSG, een psychosociaal consulent;
- als secretaris: algemeen directeur of een personeelslid van de gemeentelijke diensten als niet-stemgerechtigd lid.

Leden van de onderwijsinspectie, bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad of echtgenoten/samenwonende partners van de kandidaten en leden van de gemeenteraad en van het college of hun echtgenoot of wettelijk samenwonende partner kunnen geen lid zijn van de jury.

Afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties kunnen de selectieproef bijwonen zonder evenwel te zetelen in de jury en deel te nemen aan de deliberaties.

Aan de leden van de jury en de secretaris worden overeenkomstig de bepalingen vastgelegd in de gemeenteraadsbeslissing van 29 juni 1995 houdende de vaststelling van de toelagen aan de leden, de secretaris en de helpers van de selectiecommissie, een vergoeding voor het afnemen van een selectieproef voor niveau A toegekend, gewijzigd bij de gemeenteraadsbeslissing dd. 4 december 2003.

De psychotechnische proeven worden afgenomen door een selectiebureau.

Artikel 9

Het college van burgemeester en schepenen legt het programma en de quotering van de selectieproef vast.

Artikel 10

Er wordt een afzonderlijke wervingsreserve aangelegd voor de duurtijd van drie jaar, verlengbaar met twee jaar.
De geldigheidsduur van de reserve vangt aan op de eerste dag van de maand volgend op de datum van het proces-verbaal van de selectieprocedure opgesteld door de selectiecommissie.

Artikel 11

Het personeelslid moet op het moment van de aanstelling (zowel bij vaste benoeming als bij tijdelijke aanstelling) in het ambt van directeur voldoen aan de minimale wettelijke voorwaarden uit het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs en uit het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 en aan de aanvullende voorwaarden die door het college van burgemeester en schepenen worden vastgelegd.

Artikel 12

Het college van burgemeester en schepenen beslist uiterlijk op het einde van het tweede volledige schooljaar de op proef aangestelde directeur vast te benoemen of te laten terugkeren naar zijn vorig ambt.

Tijdens de proefperiode wordt het functioneren beoordeeld op basis van de realisaties van een vooraf opgesteld en goedgekeurd beleidsplan. Te dieneinde wordt een tussentijds en eindrapport met een advies dat niet bindend is, opgesteld door twee adviseurs en voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.

De op proef aangestelde directeur wordt tijdens de proefperiode en binnen de afspraken van een specifiek begeleidingsplan gecoacht door de pedagogische begeleidingsdienst OVSG.

De procedure voor het opstellen van het tussen- en het eindrapport met advies, wordt als volgt vastgelegd:

  • De op proef aangestelde directeur stelt tegen de datum, bepaald door het college van burgemeester en schepenen, een beleidsplan op en legt dit ter goedkeuring voor aan het college.
  • Het college van burgemeester en schepenen keurt het voorstel van beleidsplan voor uitvoering goed. Het college kan beslissen dat het voorstel op één of meerdere punten moet worden aangepast. In voorkomend geval wordt een aangepast voorstel binnen de veertien dagen voor goedkeuring opnieuw voorgelegd aan het college.
  • Het tussentijds en eindrapport met advies wordt opgesteld door twee adviseurs, aangeduid door het college van burgemeester en schepenen: als externe adviseur (een lid van de pedagogische begeleidingsdienst) en als interne adviseur (de algemeen directeur of zijn gedelegeerde)
  • De procedure voor het verlenen van het advies gebeurt in twee stappen: 
    - het tussentijds rapport: op het einde van het eerste volledige schooljaar worden de realisaties van het beleidsplan door de op proef aangestelde directeur ter bespreking voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen en achteraf met de op proef aangestelde directeur besproken.
    - het eindrapport: ten laatste op 15 april van het tweede volledige schooljaar worden de realisaties van het beleidsplan door de op proef aangestelde directeur ter bespreking voorgelegd aan de externe en interne adviseur. Het eindrapport met advies wordt voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen. Met het oog op het opstellen van het eindrapport, bespreekt de externe adviseur de realisaties met de interne adviseur.

Artikel 13

De diensten die een kandidaat ononderbroken tot de datum van zijn statutaire aanstelling op proef in tijdelijk verband heeft vervuld als directeur deeltijds kunstonderwijs in de desbetreffende school, kunnen in aanmerking worden genomen voor de proeftijd, op voorwaarde dat de tijdelijk aangestelde directeur volgens de modaliteiten vermeld in artikel 12 prestaties heeft geleverd en zijn functioneren werd beoordeeld.

Artikel 14

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de verdere uitvoering van dit besluit en tot het organiseren van het wervingsexamen.