Terug
Gepubliceerd op 25/05/2022

2022_RMW_00008 - Wijziging organogram en personeelsplan - Beslissing

raad voor maatschappelijk welzijn
do 28/04/2022 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Siebe Ruykens; Bart Keymolen; Jan Desmeth; Gunther Coppens; An Speeckaert; Herwig Smeets; Marleen De Kegel; Jean Cornand; Kathleen D'Herde; Wim Peeters; Georgios Karamanis; Lydie De Smet; Eddy Longeval; Michel Miedzinski; Guy Jonville; Nicole Billens; Gust Crabbe; Raimondo Palermo; Godefroid Pirsoul; Ann De Ridder; Brahim Harfaoui; Olivier Huygens; Veerle Seré; Jeroen Tiebout; Betty Willems; Jeroen Steeman; Kim Paesmans; Lucien Wauters; Daniel De Maeght; Walter Vastiau

Afwezig

Annie Mathieu

Verontschuldigd

Natacha Martel

Secretaris

Walter Vastiau

Voorzitter

Siebe Ruykens
2022_RMW_00008 - Wijziging organogram en personeelsplan - Beslissing 2022_RMW_00008 - Wijziging organogram en personeelsplan - Beslissing

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0001

Aanleiding en motivering

In 2019 werd gekozen om af te stappen van de klassieke terminologie van personeelsformatie of “kader”, en te spreken voortaan over het personeelsplan. De raad voor maatschappelijk welzijn hechtte in zitting van 24 oktober 2019 zijn goedkeuring aan het personeelsplan.

Een wijziging van dit personeelsplan is noodzakelijk om meerdere redenen. Per definitie is de personeelsbehoefte immers een dynamisch gegeven, d.w.z. veranderlijk in de tijd. We moeten kunnen inspelen op de omgeving waarin we functioneren en zo soepel mogelijk op nieuwe of evoluerende behoeften kunnen inspelen.

Een actualisatie van het personeelsplan is nodig om te beantwoorden aan algemene maatschappelijke evoluties of wijzigende wet- en regelgeving. Waar mogelijk proberen we ook op evoluties te anticiperen. Nieuwe zaken en opdrachten voor onze diensten dringen zich hierdoor op of worden ons door hogere overheden opgedragen.

Er wordt doelbewust gekozen voor een verdere professionalisering wat inhoudt dat er als dat nodig en wenselijk wordt geacht, voor B- en A-functies wordt gekozen. Daarmee wordt gekozen om goede medewerkers ook de kans te bieden om binnen de eigen organisatie door te stromen of daartoe althans de kans te krijgen, maar garanderen we ons tegelijk van een zo goed mogelijke uitgangspositie op de arbeidsmarkt om onze organisatie maximaal kwalitatief te voeden.

Het VIA6-akkoord voorziet extra middelen voor bijkomende tewerkstelling in de ouderenzorg. Deze middelen worden opgedeeld in twee onderdelen: de middelen "100% RVT" (de transponering van de normen voor zware zorgbehoevenden van RVT naar ROB) en de middelen "Kwaliteit VIA6” (extra personeel voor personen met een D-profiel en de stijging van het bovennormpercentage van 13,5% naar 15%). De vrijgemaakte middelen dienen exclusief te worden besteed aan een uitbreiding van het personeelskader en mogen niet dienen om bijvoorbeeld een verlaging van de dagprijs of een vermindering van het (voor WZC Zilverlinde beperkte) verlies. Indien een woonzorgcentrum al het personeel in dienst heeft om te voldoen aan de stijging van de personeelsnormen, dan kan men de bijkomende middelen wel inzetten voor een uitbreiding van het personeelskader op het vlak van zorgpersoneel of niet-zorgpersoneel.

In het voorjaar 2022 zal het de Viron-gebouw in gebruik kunnen worden genomen, wat gepaard gaat met de integratie van de verschillende vrijetijdsdiensten. Dit vormt aanleiding voor een aanpassing van de vereiste personeelsbezetting.

Juridische gronden

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en alle latere wijzigingen.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van o.a. het gemeentepersoneel, en alle latere wijzigingen.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van  het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en alle latere wijzigingen.

De beslissing van de gemeenteraad van 11 december 2008 houdende vaststelling van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel, en alle latere wijzigingen.

De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 24 oktober 2019 betreffende vaststelling van het personeelsplan.

Het huidig voorstel werd positief geadviseerd door het managementteam in vergadering van 29 maart 2022.

Het huidig voorstel werd toegelicht tijdens de gemeenteraadscommissie bestuurlijke en administratieve organisatie van 21 april 2022.

Het protocol van niet akkoord van het Bijzonder Comité van 30 maart 2022.

Regelgeving bevoegdheid

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, latere wijzigingen en uitvoeringsbesluiten

Besluit

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt eenparig het volgende besluit goed.
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist:

Artikel 1

De raad voor maatschappelijk welzijn hecht zijn goedkeuring aan het organogram zoals opgenomen als bijlage.

Artikel 2

De raad voor maatschappelijk welzijn hecht zijn goedkeuring aan het personeelsplan, zoals weergegeven als bijlage.