Al in 2020, dus ruim voor de opzegging door de verzekeraars, begon de VVSG met het onderzoeken van mogelijke nieuwe pistes voor de aanvullende pensioenen. Sinds 2010 is er immers enorm veel veranderd. Een aanvullend pensioen voor contractanten van lokale besturen is zo goed als veralgemeend, met bovendien het sectorale akkoord van 2020 dat een minimumbijdrage van 2,5 % oplegt. Door de ‘Wet Bacquelaine’ van 2018 kunnen besturen zelfs een korting op de responsabiliseringsbijdrage krijgen als ze een voldoende hoge tweede pijler aanbieden aan hun contractanten.
Daarnaast rees de vraag naar de mogelijkheid om een aanvullend pensioen ook in kapitaal uit te betalen, was er de dreigende stopzetting van de groepsverzekering door de aanhoudend lage marktrente (wat intussen ook is gebeurd), waren andere aanbieders van aanvullende pensioenen in de publieke sector op zoek naar schaal, enz. Daarom gaf de VVSG in 2020 aan Everaert Actuaries de opdracht om voorstellen te formuleren voor een aanpassing van de aanvullende pensioenen, met drie randvoorwaarden: de oplossing moest billijk zijn voor de medewerkers, betaalbaar en voorspelbaar voor de besturen en beschikbaar op de markt.
Op basis van de conclusies van de studie voerde de VVSG verkennende gesprekken met diverse betrokken spelers. Dat leidde in september 2021 tot een akkoord met OFP Provant (intussen OFP PROLOCUS) om tegen 2022 een nieuw aanbod voor aanvullende pensioenen door lokale besturen van het Vlaamse Gewest klaar te hebben.
Daarnaast werd ook een intentieverklaring afgesloten tussen OFP Vlaams Pensioenfonds, OFP Provant en de VVSG waarin de drie zich engageren om de komende jaren te werken aan meer samenwerking (tot mogelijk zelfs een samensmelting) rond aanvullende pensioenen binnen de publieke sector in Vlaanderen.
Het BOC van 30 maart 2022 ging akkoord met de intentie om toe te treden vanaf 1 januari 2022, geen steprate te voorzien, de pensioentoezegging te behouden en een MIPS-groep te vormen.
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd om:
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd kennis te nemen en in te stemmen met:
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd kennis te nemen van de verklaring inzake beleggingsbeginselen (SIP) (algemeen luik en luik VVSG) en de statuten.
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt voorgesteld in te stemmen met het feit dat de door het financieringsplan verschuldigde bijdragen en de kosten voor het functioneren van OFP PROLOCUS zullen worden geïnd door de RSZ in naam en voor rekening van OFP PROLOCUS.
Als bijlage zitten alle begeleidende documenten voor de opstart en de nota die voorgelegd werd aan het BOC voor extra informatie.
De rechtspositieregeling voor bepaalde personeelsgroepen van het OCMW, vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 juni 2011, en alle latere wijzigingen.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
De ‘Wet Bacquelaine’ van 30 maart 2018 waardoor besturen een korting op de responsabiliseringsbijdrage krijgen als ze een voldoende hoge tweede pijler aanbieden aan hun contractanten.
Het sectoraal akkoord van 2020 dat een minimale bijdrage van 2,5 % oplegt.
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord om toe te treden tot OFP PROLOCUS vanaf 1 januari 2022 en de eraan gekoppelde modaliteiten qua pensioentoezegging en hiertoe onverwijld een verzoek tot aanvaarding als lid van de Algemene Vergadering te richten tot OFP PROLOCUS.
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord om de pensioentoezegging te behouden op 3 % van het pensioengevend loon.
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord om geen 'steprate' of eventueel andere toezegging voor sommige personeelcategorieën te voorzien.
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord om een 'MIPS-groep' te voorzien tussen de gemeente en het OCMW.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van en stemt in met:
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de verklaring inzake beleggingsbeginselen (SIP) (algemeen luik en luik VVSG) en de statuten.
De raad voor maatschappelijk welzijn stemt in met het feit dat de door het financieringsplan verschuldigde bijdragen en de kosten voor het functioneren van OFP PROLOCUS zullen worden geïnd door de RSZ in naam en voor rekening van OFP PROLOCUS.
De raad voor maatschappelijk welzijn onderschrijft om erop toe te zien dat de beleggingen van OFP PROLOCUS duurzaam zijn.
De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de algemeen directeur worden gemachtigd om de noodzakelijke vervolgstappen te nemen voor de uitvoering van voormelde beslissingen.