Met ingang vanaf 1 januari 2010 voerde de raad voor maatschappelijk welzijn een aanvullend pensioenstelsel in voor al zijn contractuele personeelsleden uitgezonderd het contractueel aangestelde personeel van de federaal gefinancierde gezondheidsinstellingen en verklaarde zich akkoord met het kaderreglement tweede pensioenpijler contractanten dat op 9 december 2009 op het Vlaamse Comté C1 onderhandeld werd. De pensioentoelage bedraagt sinds 1 januari 2010 1 % van het pensioengevend jaarloon.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurde het bestek, opgemaakt door de Federale Pensioendienst/ DIBISS in haar hoedanigheid van opdrachtencentrale, goed en bekrachtigde de gunning door deze dienst aan de tijdelijke handelsvennootschap 'Belfius Insurance - Ethias - lokale contractanten'.
Met invoering van de wet van 30 maart 2018, kunnen lokale besturen een korting op hun responsabiliseringsbijdrage krijgen wanneer ze een tweede pensioenpijler aan al hun contractueel personeel toekennen die aan de wettelijke voorwaarden voldoet.
Om de korting in het jaar 2019 te krijgen moet een bestuur in 2019 een aanvullend pensioen toekennen en moet de overheidswerkgever dit aan alle contractanten toekennen.
Vanaf 2020 wordt er een minimumpercentage opgelegd en moet de tweede pensioenpijler minstens 2 % bedragen, vanaf januari 2021 minstens 3 %.
De financiële korting bedraagt ten hoogste de helft van de bijdrage van de tweede pensioenpijler, tot maximum 6 % van de pensioenbijdrage. Deze wordt afgetrokken van de responsabiliseringsbijdrage.
Aangezien het bestuur reeds een responsabiliseringsbijdrage betaalt en deze de komende jaren blijvend zal stijgen volgens de prognose van de Federale Pensioendienst, is het wenselijk om het percentage van de tweede pensioenpijler m.i.v. 1 januari 2020 op te trekken.
Het bestuur besliste met de invoering van het personeelsbehoefteplan om de statutaire tewerkstelling af te bouwen. Omwille van deze afbouw wil het bestuur extra middelen vrij maken en deze investeren in de contractuele tewerkstelling, met name de verhoging van de tweede pensioenpijler.
Het dossier werd gunstig geadviseerd door het vast bureau op 14 oktober 2019 en voorgelegd aan het Bijzonder Onderhandelings- en Overlegcomité op 29 november 2019.
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd het voorstel van wijziging van het percentage van de tweede pensioenpijler goed te keuren.
De wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
De rechtspositieregeling voor bepaalde personeelsgroepen van het OCMW, vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 juni 2011, en alle latere wijzigingen.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en alle latere wijzigingen.
De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 18 oktober 2018 houdende de vaststelling van de personeelsformatie, en alle latere wijzigingen.
De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 18 maart 2010 houdende het aanvullend pensioenstelsel contractanten.
De wet van 30 maart 2018 met betrekking tot het niet in aanmerking nemen van diensten gepresteerd als niet vastbenoemd personeelslid voor een pensioen van de overheidssector, tot wijziging van de individuele responsabilisering van de provinciale en lokale overheden binnen het Gesolidariseerde pensioenfonds, tot aanpassing van de reglementering inzake aanvullende pensioenen, tot wijziging van de modaliteiten van de financiering van het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen en tot bijkomende financiering van het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen.
Het sectoraal akkoord 2008-2013 voor het personeel van de lokale en provinciale besturen, afgesloten in het Vlaamse onderhandelingscomité C1 van 19 november 2008.
De wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.
Het koninklijk besluit van 14 november 2003 tot uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.
Het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringsactiviteit.
De wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst.
De wet van 24 oktober 2011 betreffende "de hervorming van de financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en lokale besturen".
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt eenparig het volgende besluit goed.
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord met volgende verhoging van de pensioentoelage voor de contractuele personeelsleden: